Fresku Interview
// OOR Magazine \\

De fotograaf dirigeert Fresku naar een imposante Chesterfield: ‘Ga maar liggen.’ We zijn na een Cabarestafette-voorproefje van Welkom Bij De Grote Fresku Show beland bij Mokum Barbers in de Bakkersstraat, op een steenworp afstand van De Kleine Komedie. ‘Alsof ik bij de psychiater ben’, lacht de bijna 30-jarige rapper. Enkele uren geleden was hij nog op van de zenuwen en niet te genieten, nu is kersverse theatermaker Roy Reymound de vriendelijkste man op aarde. Zodra de fotosessie erop zit, steken we over naar restaurant Szmulewicz, waar OOR’s fameuze en gevreesde Lastige Keuzes op het menu staat. Een kijkje in het brein van alleskunner, twijfelaar, inspirator en vader Fresku.

 

Control freak of chaoot?

‘Beide. Ik moet een control freak zijn, omdat ik weet dat ik een chaoot ben. Als ik geen rekening houd met alle dingen die fout kunnen gaan, dan gaan ze ook echt fout. Tijdens de autorit van Eindhoven naar Amsterdam zei ik niks. Ik dacht alleen maar: wat kan er mis gaan? Hoe kan ik het leuker maken? Wat zijn de bruggetjes? Ik speel de show honderd keer opnieuw af in mijn hoofd en als het één keer fout gaat, krijg ik kippenvel van angst. Adrenaline, trillende handjes. Ik ben nooit zo asociaal als vóór een show, en nooit zo sociaal als na een show. Het is echt een rollercoaster, man. Toen ik vandaag opkwam, ging ik kapot. Maar toch vind ik op het podium staan met een pistool tegen m’n kop het leukste wat er is. Als het goed gaat, dan leef je écht. En als het slecht gaat, dan sterf je écht. Er is geen middenweg. Dat vind ik heerlijk.’

Denk je weleens: waarom doe ik mezelf dit aan?

‘Ja, natuurlijk. Wat ik het liefst wil, is iets zijn. Iets betekenen voor iemand persoonlijk. Ik ben geen goede performer, maar als de dingen die ik schrijf niet met een publiek gedeeld worden, dan heeft het proces van creëren geen zin. Optreden helpt me bij het verslaan van mijn sociale tekortkomingen. Ik kan niet zonder. Het is therapeutisch, bijna religieus, want je werkt aan jezelf. Ik wil beter worden, een doel hebben, mensen helpen.’

Al 30 of pas 30?

‘Al 30. Van de week overleed Jerry Heller, de ex-manager van N.W.A. Ik vond ‘m een klootzak, maar zijn dood deed me wel inzien dat de mensen waarvan je denkt dat ze nog honderd jaar leven uiteindelijk gewoon dood gaan. Dan besef je: fuck, voor mij geldt hetzelfde. Ik ben daar nog niet ready voor. Eerst maar even leren dealen met mezelf. Bovendien heb ik dadelijk twee kids die ik nog zóveel mee te geven heb.

Toen ik 15 was, wilde ik juist heel graag 30 zijn. Ik keek naar m’n pa, met z’n auto, en dacht: ik wil die nigger zijn. Je denkt niet aan de verantwoordelijkheden. M’n pa is een hele stellige man en dat ben ik in een aantal opzichten ook. Ik begin steeds meer op hem te lijken, ben heel streng voor mezelf en voor de mensen die dichtbij me staan. Ik zou m’n kind nooit een klap geven, maar ik ben daar wel even stellig tegen als hij daar vóór was. Als ouder wil je een betere versie van jezelf maken. Daarin is m’n pa geslaagd en daarom ben ik ook trots dat ik op hem lijk. Ik zou niet willen dat Alisha opgroeit en denkt: ik ben precies m’n pa geworden. Dan heb ik gefaald.’

Het Is Nooit Goed of ‘beter dan de hele scene’?

Het Is Nooit Goed staat op mijn laatste album Nooit Meer Terug en ‘beter dan de hele scene’ komt uit het nummer Alzheimer. Die track is ontstaan vanuit de angst om vergeten te worden en de wetenschap dat alles vergankelijk is. Mensen die zeggen dat ze zelfverzekerd zijn, geloof ik niet. Zij zijn nóg onzekerder en daarom doen ze zo stoer. Onzeker zijn vind ik niet per se een zwakte, net zo min als zelfverzekerd zijn per se een zwakte is. Het kan allebei een sterkte of een zwakte zijn. Ik vind gewoon dat je ze allebei moet erkennen.

Met mijn tweede dochter Nubia op komst overheerst de onzekerheid. Behalve met mijn gezin moet ik ook rekening houden met mijn band en alle andere mensen om me heen. Iedereen kijkt naar mij, inclusief ikzelf. Uiteindelijk gaat het gewoon om doen, dat heb ik wel geleerd. Juist op de momenten dat ik op m’n onzekerst ben, moet ik mezelf in een positie dwingen dat ik gewoon moet.’

Lees de rest van het interview (inclusief prachtfoto’s van Martijn van de Griendt) in OOR 10, 2016 of op Blendle.