Maxime Barlag interview
// VIVA \\

Mister and Mississippi-zangeres Maxime Barlag (28) heeft haar leven weer op de rit. Na een donkere periode onderging ze een metamorfose, zowel in de liefde als in haar muziek.

Wat vertel je over jezelf als je iemand voor het eerst ontmoet?
‘Ook al ben ik heel trots op Mister and Mississippi, ik begin nooit meteen over de band. Liever zeg ik dat ik sous-chef ben bij restaurant Kees in Amsterdam. Mijn bescheidenheid wordt weleens met arrogantie verward. Mensen verwachten een streng type, terwijl ik juist heel makkelijk ben.’

Zit die bescheidenheid je weleens in de weg?
‘Onze gitarist Danny is altijd met social media bezig. Soms denk ik: daar zou ik ook meer uit moeten halen. Maar ik leef in het moment en zet toch eerder een hele lelijke foto van mezelf online dan de perfecte selfie.’

Was je als tiener al zo?
‘Ik was de lolbroek die ketchup op haar gezicht smeerde tijdens de Engelse les. Ik hing met iedereen: de hardcoregasten, de gothics, de populaire meiden. Een jongen uit mijn klas vroeg me een keer: ‘Waarom kleed jij je nooit gewoon zoals andere meisjes?’ Toen zei ik: ‘Waarom kleden zij zich niet zoals ik?’ Hoewel ik de weirdo was, ben ik nooit gepest. Misschien omdat ze vonden dat ik mezelf toch al belachelijk maakte.’

Je ging naar de Herman Brood Academie. Waarom?
‘Muziek maakte ik al heel lang. Op afterparty’s was ik altijd gitaar aan het spelen. Een vriend zat in het eerste jaar en zei dat het echt iets voor mij was. Rond dezelfde tijd had ik een liedje op YouTube gezet, over mijn moeder die al jaren tegen kanker vocht. Een Braziliaans meisje mailde dat het haar heel veel steun had gegeven na de dood van haar vader. Toen wist ik dat ik verder moest in de muziek. In het begin was ik sceptisch. Wat ga ik doen als ik straks m’n diploma heb, aankloppen bij een platenmaatschappij? Ik ben blij dat ik heb doorgezet. Anders was ik de jongens van Mister and Mississippi nooit tegengekomen. Op de Academie heb ik mijn identiteit gevonden.’

Maxime werd op 27 februari 1989 geboren in Amstelveen. Binnen een jaar waren haar ouders, een barvrouw en een vrachtwagenchauffeur, uit elkaar en ging ze bij haar Indonesische moeder wonen. Die was weinig thuis en eigenlijk helemaal niet klaar voor een kind. Oma ontfermde zich over de kleine Maxime en om het weekend zat ze bij haar vader. ‘Het was geen leuke tijd, als ik eraan terugdenk. Ik had haar gewoon iets meer nodig als klein meisje. We hebben het er later nog vaak over gehad. Ze had er heel veel spijt van, maar ik heb het haar vergeven.’

In haar tienerjaren kregen ze een veel hechtere band, maar haar moeder was zo streng dat Maxime zich opgesloten voelde. ‘Ze zei altijd: ‘Zolang je in mijn huis woont, houd je je aan mijn regels.’ Op mijn zeventiende had ik er genoeg van.’ Maxime ging samenwonen met haar eerste vriendin in Amsterdam-West en begon aan haar ‘wilde periode’. ‘Door mijn opvoeding had ik niet gepuberd, dus in die tijd ben ik even goed los gegaan. Ik ging voor het eerst experimenteren met drugs.’ Elf jaar en twee lange relaties later is Maxime terug op het oude nest, in Amstelveen. Omdat ze uit haar antikraakwoning in De Pijp moest, woont ze tijdelijk in het knusse, met planten volgestouwde huis van haar vader, met wie ze een goede band heeft.

De foto op de homepage is van Stef Nagel. Lees (en bekijk) de rest van het interview hier (Blendle) of in VIVA 32.