Kees de Koning Interview
// FRET Magazine \\

TopNotch noemt zichzelf ‘Nederland’s hofleverancier’, en zo gek is dat niet: al sinds 1995 brengt het label muziek van Nederlandse artiesten uit. Hiphop vooral, maar net zo goed reggae, gabberpunk en singer-songwriter. TopNotch-oprichter Kees de Koning denkt liever in overeenkomsten dan in verschillen. ‘Bij Ons In De Jordaan en Straight Outta Compton zijn in principe dezelfde liedjes.’

HET IS KWART OVER NEGEN. Kees de Koning (1971) staat buiten een peuk te roken. ‘Ik kom er zo aan.’ Het wordt een lange dag voor hem. Tot half zeven vanavond zal de labelbaas zijn licht laten schijnen over vijftien jaar TopNotch, over het onverwachte succes van Extince’ Spraakwater, over intuïtie, over de heisa rond Salah Edin en Kempi. Journalisten zullen hem vragen naar zijn visie, naar de hoogte- en dieptepunten, naar de toekomst. De hoeveelheid onderwerpen is oneindig: vijftien jaar is niet niks. TopNotch groeide in die drie lustra uit van een eenmansoperatie tot ‘s lands belangrijkste hiphopleverancier.

Werk
De Koning werkt al vanaf zijn zestiende. Eerst bij de VPRO, waar hij items maakte voor het radiomagazine La Stampa. Hij wilde naar de School voor Journalistiek, maar bleek het verkeerde vakkenpakket te hebben. De lerarenopleiding Nederlands was volgens hem het beste alternatief, omdat in het tweede jaar het vak Creatief Schrijven aangeboden werd. Drie maanden hield De Koning het uit. ‘Ik deed toen al dingen voor OOR en de VPRO. Ik was gewend om praktijkgericht te werken en meteen respons te krijgen. Op school kun je soms een jaar wachten op waardering, dat hield ik niet vol.’

Het tekent De Konings handen-uit-de-mouwenmentaliteit. Hij is in de loop der jaren wel geduldiger geworden, maar dat is volgens hem niet meer dan logisch: wijsheid komt met de jaren. ‘Omdat je de baas bent moet je over alles een mening hebben,’ verduidelijkt hij, ‘maar dat wil niet zeggen dat ik op elke vraag het beste antwoord heb.’ Toen De Koning in 1995 TopNotch oprichtte, opereerde hij alleen. Hij noemt onder andere Def Jam, Blue Note en Island als inspirerende labels. ‘Toen Spraakwater een grote hit werd, kwam ik in een sneltrein terecht. Daarna heb ik onder andere Def Rhymz en Postmen getekend. Vervolgens wordt er van je verwacht dat je bepaalde dingen doet en die doe je ook gewoon. Achteraf denk ik: daar heb ik veel van geleerd. Toen Extince een hit scoorde had ik nog nooit naar een hitlijst gekeken. Ik was niet op die manier met muziek bezig.’

Droom
TopNotch is een droom die uitgekomen is. Zo romantisch durft De Koning het wel te verwoorden. Zijn gevoelsmatige manier van ondernemen heeft hij in al die jaren niet gek veel aangepast. ‘Het feit dat je iets kan dromen en dat die droom dan ook daadwerkelijk uitkomt, had veel impact op mij. Als het niet gelukt was weet ik niet of ik was doorgegaan, maar als je iets heel graag wil, lukt het. Ik geloof heel erg in dat doorzettingsvermogen. Als je iets bedenkt, moet je het proberen uit te voeren. Die zelfverzekerdheid moet je hebben, die Don Quichot-achtige drang om het onmogelijke voor elkaar te krijgen.’

Het woord ‘ondernemerschap’ zint De Koning niet helemaal. Hij beweert stellig dat het niet in zijn bloed zit, om in dezelfde adem over zijn grootvader te beginnen die na de Tweede Wereldoorlog in Indonesië een uitgeverij opzette. Zijn naam: Kees de Koning. ‘Ik betwijfel ten zeerste of dat iets genetisch is, hoor. Ik ben noodgedwongen ondernemer geworden, niet omdat ik het zo leuk vond. Ik ben ook helemaal niet goed met cijfers, ik ben helemaal geen goede ondernemer. Wat ervoor gezorgd heeft dat ik in dit vak redelijk veel succes heb, is eerder blinde passie dan doortastend inzicht. Veel commercieel interessante dingen heb ik op basis van mijn gevoel laten schieten.’

Hij noemt Ali B en Lange Frans & Baas B, artiesten die hun carrière graag bij TopNotch gestart waren maar door De Koning werden afgewezen. ‘Ik vroeg me af: past het wel bij wat TopNotch wil? Op dat moment vond ik het wat plat. Lange Frans is een soort van André Hazes van de hiphop, zijn stem heeft een levensliedachtige kwaliteit. Jammer genoeg waren de nummers die hij met Baas B maakte een soort skihuthiphop.’ In plaats van Lange Frans & Baas B tekende TopNotch destijds Raymzter en Opgezwolle. Niet uit strategische overwegingen, maar op intuïtie. ‘Dat waren artiesten die een soort verdieping aanbrachten in het genre’, aldus De Koning. ‘Ik was fan, vond het te gek wat ze deden.’

Vrienden
Als je zo intensief met je vak bezig bent als De Koning, wordt de grens tussen privéleven en werk steeds vager. Zijn netwerk is groot, hij maakt gemakkelijk contact, maar tot duurzame vriendschappen leidt het zelden. ‘Ik heb niet echt een sociaal leven in die zin’, constateert hij droog en zonder zelfmedelijden. ‘Maar je kunt hele gepassioneerde relaties hebben met mensen met wie je samenwerkt. Uiteindelijk bestaat de kring van mensen waar ik mee omga voornamelijk uit mensen met wie ik werk of die in hetzelfde vakgebied zitten, een enkele uitzondering daargelaten. Dat ligt aan mij, niet aan het beroep. Er zijn zat mensen die het anders doen, maar ik zit nu eenmaal zo in elkaar.’

De momenten van bezinning dienen zich meestal pas aan als De Koning alleen is, tijdens een autorit of in een bushokje. ‘Ik ben heel dankbaar voor de dingen die ik meemaak en doe. Ik vind dat je daar wel bij moet stilstaan. Het was bijvoorbeeld heel bijzonder en mooi toen Lange Frans en Thé Lau uit het niets op nummer 1 binnenkwamen [met Zing Voor Me]. Dat zijn van die momenten.’

Authenticiteit
Naast Lange Frans zetten meer verrassende acts de afgelopen jaren hun handtekening onder een contract met TopNotch. Aux Raus, Lucky Fonz III, Promo – het waren niet direct artiesten die je bij het hiphopgeoriënteerde label verwachtte. Toch heeft De Koning altijd al, zoals ze dat in het voetbal noemen, in de breedte geselecteerd, met namen als K-Liber, Robert Lee en Damaru. ‘Liefde voor andere muziek is er altijd geweest’, legt De Koning uit. ‘Ik zou eigenlijk graag iemand van het kaliber André Hazes willen tekenen, een zanger van het levenslied. Er zijn twee genres waarin veel wordt gezongen over de buurt waar je vandaan komt: hiphop en muziek uit de Jordaan. Bij Ons In De Jordaan en Straight Outta Compton zijn in principe dezelfde liedjes. Voor mij gaat het om authenticiteit. Als iets op een natuurlijke manier ontstaat, is er ook een natuurlijk markt voor. Aux Raus en Promo zijn goede voorbeelden. Spinvis had ik graag willen doen. Toen dat uitkwam, dacht ik: dit klopt.’

Van een hele andere orde, maar toch ook weer niet: Kempi, de 22-jarige rapper uit Eindhoven. ‘Hij had een ongelooflijk goede mixtape op het internet gezet’, vertelt De Koning. ‘Voor een buitenstaander was het gangster rap, maar voor mij was het vergelijkbaar met muziek uit de Jordaan. Hij vertelde wat hij om zich heen zag. Hij legde lijnen bloot. Ik ben naar Eindhoven gegaan. Dan kom je in de achterstandswijken, gebouwd om fabrieksarbeiders van de Philipsfabriek te behuizen. Nu zijn het verpauperde wijken. In het verleden ging iedereen elke ochtend naar de fabriek, nu staat iedereen nog steeds vroeg op, maar dan om andere [illegale] dingen te doen. Het beeld bestaat dat mensen dat doen voor ‘het snelle leven’, maar blijkbaar is het voor een hele grote groep een manier om te overleven. Kempi heeft de gave om die realiteit onder woorden te brengen. Los van de teksten heeft hij een melodieuze benadering die maakt dat ik hem een hele bijzondere artiest vind.’

Potentieel
Het bereik van hiphop in Nederland is groot. Het genre wordt serieus genomen. Toen De Koning nog bij de VPRO werkte was dat wel anders. Hiphop werd door sommigen als ‘boze negermuziek’ en ‘gettotje spelen’ weggezet. De Koning voelde het toen als zijn roeping om de overeenkomsten tussen hiphop en gevestigde genres bloot te leggen, en dat gevoel overheerst nog steeds. Soms is een slimmigheidje – opportunisme wil hij het niet noemen – geoorloofd: nadat hij ervoor gezorgd had dat Kempi zijn contract in de gevangenis tekende, werd dat prompt breed uitgemeten in de pers.

Of en hoe het potentieel in klinkende munt omgezet kan worden zal de toekomst moeten uitwijzen, maar het gaat volgens De Koning de goede kant op. ‘Kyteman heeft de Heineken Music Hall uitverkocht. Dat zijn de statements waar ik van hou. Ik zou het heel fijn vinden als er meer van dat soort successen zijn, als dat meer regel wordt dan uitzondering. Kijk naar bijvoorbeeld Jan Smit en Nick & Simon, die actief zijn een genre dat lange tijd een beetje stiefmoederlijk behandeld is. Die verkopen én heel veel platen én heel veel kaartjes. Dat vind ik inspirerend. Hiphop krijgt steeds meer aandacht in de media. Zaak is nu om te zorgen dat er iets meer een business ontstaat.’