Rufus Wainwright Interview
// OOR Magazine \\

Liefde, geboorte en dood zijn de belangrijkste thema’s op het zevende studioalbum van Rufus Wainwright, Out Of The Game. Geen wonder: in 2010 overleed zijn moeder, folkzangeres Kate McGarrigle, later dat jaar verloofde hij zich met zijn Duitse vriend Jörn Weisbrodt, en op 2 februari 2011 kreeg hij zijn eerste kind met Leonard Cohens dochter Lorca, een meisje genaamd Viva Katherine Wainwright Cohen. Alles vond zijn weg naar de plaat die Rufus maakte met producer Mark Ronson aan zijn zijde. ‘We hoefden niet te bewijzen hoe geweldig we zijn. Dat weet iedereen al.’

In augustus van dit jaar geven Rufus en Jörn elkaar het ja-woord in Montauk, waar ze een huis hebben. Het zal ongetwijfeld een emotionele dag worden, want Kate is er niet meer. Ze stierf op 63-jarige leeftijd aan een zeldzame vorm van kanker. Rufus, bellend vanuit Londen, laat me al na twee minuten weten dat hij het nog steeds erg moeilijk heeft met de dood van zijn moeder.

Wainwrights vorige album All Days Are Nights: Songs For Lulu bestond uit slechts twee ingrediënten, zijn stem en zijn piano, maar lag desondanks zwaar op de maag. Live speelde Rufus de plaat integraal na, tussen de nummers door zweeg hij. De show was vormgegeven als een plechtige herdenkingsdienst: een indrukwekkend eerbetoon aan moeder Kate.

Out Of The Game is zo’n beetje het tegenovergestelde van All Days Are Nights: hier en daar ingetogen en bespiegelend, maar over het algemeen uitbundig, levenslustig en behoorlijk poppy. Wainwright: ‘Na mijn opera [Prima Donna], de dood van mijn moeder en de geboorte van mijn dochter – al die serieuze zaken die het leven je kan voorschotelen –, had ik zin om plezier te maken. Om gewoon een beetje te dollen. Maar de goede oude, sombere Rufus staat ook op het album. Mijn duistere kant is nog steeds springlevend.’

Een anders zo perfectionistische dwingeland horen zeggen dat hij met dit album ‘niet zoveel te bewijzen’ heeft, is in het geval van Rufus Wainwright eerder een zegen dan een zorg. Zijn oeuvre en verleden bewijzen dat hij zwaar op de hand en zelfdestructief kan zijn: tien jaar geleden ontsnapte hij ternauwernood aan de wurggreep van een crystal meth-verslaving. Hij verloor zelfs even zijn zicht. Uiteindelijk moest Elton John, een bewonderaar van Wainwright, eraan te pas komen om hem naar een afkickkliniek te krijgen.

De combinatie Rufus Wainwright-Mark Ronson was een idee van Barbara Charone, hun beider publiciteitsagent in het Verenigd Koninkrijk. Nadat Rufus op Charone’s aanraden contact had gezocht met de Engelse dj, gitarist en producer, zei die laatste onmiddellijk ja. ‘Veel nummers heb ik al in een vroeg stadium met Mark gedeeld’, vertelt Wainwright. ‘Eenmaal in de studio had hij het album in zijn hoofd al helemaal uitgedacht. Hij wist hoe hij het wilde hebben. En ik heb het hem laten doen. Tachtig procent van de tijd had hij gelijk, snapte hij het, en anders greep ik in om hem, met behulp van mijn ervaring, de weg te wijzen. Mark heeft, met zijn achtergrond als dj, een geweldig gevoel voor groove. Hij weet wat mensen op de dansvloer houdt, veel beter dan ik ooit zou kunnen. Maar dat gezegd hebbende: ik op mijn beurt bracht harmonische en structurele elementen in waar Mark niet bekend mee was en waar hij graag meer van wilde weten. Over Fred Astaire en Ginger Rogers is eens gezegd: “Hij gaf haar klasse en zij gaf hem seks.” Misschien is het daarmee te vergelijken: ik gaf Mark klasse en Mark gaf mij seks. Al hebben we geen seks gehad [lacht].’

Het werk was ‘licht’ en ‘gewoon heel leuk’, aldus Wainwright; ze hebben er nog geen twee maanden over gedaan. De meeste nummers op Out Of The Game zijn van de laatste jaren, alleen Welcome To The Ball, Bitter Tears en Perfect Man zijn ouder. ‘Mark waardeerde die liedjes,’ licht Wainwright toe, ‘en ik denk ook dat het belangrijk was om de oude, psychedelische Rufus de ruimte te geven. Een kind krijgen, de opera, het feit dat ik verloofd ben – dat zijn allemaal hele volwassen zaken waar ik graag over nadenk en over schrijf, maar ik vond het ook leuk om het verloren jongetje uit het Chelsea Hotel’ – waar Wainwright zes maanden woonde en het grootste deel van zijn tweede album Poses (2001) schreef – ‘terug te brengen.’

Out Of The Game sluit af met Candles. Rufus schreef het nummer direct na zijn moeders dood. ‘Het is gebaseerd op een waargebeurd verhaal’, vertelt hij. ‘Toen mijn moeder ziek was, heb ik voortdurend kaarsen voor haar gebrand. Dat gaf me rust. Na haar dood bezocht ik drie kerken. Overal waren de kaarsen op, heel vreemd. Eerst dacht ik dat het een hemelse boodschap van mijn moeder was: leef je leven, maak je over mij niet al te veel zorgen. Een week later liep ik in Parijs de Notre-Dame binnen. Een koor zong, orgels klonken. Ik stak een kaars aan en begreep toen pas dat mijn moeder gewoon een betere locatie wilde! Ze heeft me ervan weerhouden een kaars te branden in een krakkemikkige kerk.’

Candles, en daarmee het album, eindigt met het geluid van een doedelzak. Dat leek Wainwright wel gepast, gezien zijn Angelsaksische afstamming aan moederskant: Iers in plaats van Schots, maar evengoed Keltisch. Misschien nog wel belangrijker was het optreden van Black Watch, een regiment van het Schotse leger, op de zestigste verjaardag van Sting in New York. ‘Ook Bruce Springsteen, Stevie Wonder en Lady Gaga waren er. Natuurlijk deden wij het allemaal heel goed, maar toen Black Watch – ingehuurd door Stings vrouw Trudie – het podium betrad, bliezen ze iedereen omver. Behalve misschien Stevie Wonder. Ikzelf was zeer onder de indruk van die gebeurtenis: ik had nog nooit op die manier naar doedelzakken gekeken.’

Dat Candles het album zo indringend afsluit, getuigt eens te meer van het feit dat Wainwright de dood van zijn moeder nog lang niet heeft verwerkt. En dat terwijl hij na de geboorte van zijn dochter dacht dat het ergste leed wel geleden was. ‘Dat verklaart waarschijnlijk juist waarom het toen beter met me ging’, zegt hij met een wrang lachje. ‘Ik maakte iets prachtigs en unieks mee: de geboorte van een kind. Hoewel Viva me gelukkig maakt en ik haar vaak zie, merk ik dat ik nog steeds niet over het verlies van mijn moeder heen ben. Ook al zijn we nu twee jaar verder.’

Dochterlief Viva werd, jong als ze is, reeds vereeuwigd door haar vader. In Montauk schetst Wainwright het beeld van twee mannen op leeftijd die hun dochter op bezoek hebben en hopen dat ze nog even blijft. ‘Don’t worry’, zingt ‘dad’, ‘I know you’ll have to go.’ Rufus: ‘Het is een soort ansichtkaart aan de toekomst. Een mooi kinderliedje over de dood [lacht]. Ik heb drie liedjes over mijn dochter geschreven. Slechts één daarvan staat op het album, omdat het anders te veel zou worden. Ik bedoel: dood, geboorte en huwelijk – er gebeurt nogal wat op deze plaat.’

Ons gesprek wordt onderbroken. Het is de jongen van de platenmaatschappij, of ik mijn laatste vraag wil stellen. Ik zeg Rufus dat Viva een aanzienlijke hoeveelheid muzikale nalatenschappen door te spitten heeft als ze opgroeit. Die van haar opa’s Leonard Cohen en Loudon Wainwright III natuurlijk, maar ook die van oma Kate, tante Martha (Wainwright), ome Adam (Cohen) en haar eigen vader, die zelf iets soortgelijks meemaakte. Op een minder intimiderende schaal, maar toch. Was dat een last of een zegen? Wainwright twijfelt, maar zegt dan toch: ‘Het is een zegen. Ik bedoel… ja, het is absoluut een zegen. En zo beroemd was onze familie nu ook weer niet.’

Ik besluit er nog een vraagje bij te smokkelen. Van welk aspect van zijn werk geniet hij het meest op dit punt in zijn carrière? Rufus zucht en zegt dan: ‘Ik heb op dit moment vooral heel veel zin om te slapen.’ Waarna hij uitbundig begint te lachen en me bedankt voor het gesprek: Thank you so much. Byeee.

Ik had hem nog zoveel meer willen vragen. Was het met zijn familieachtergrond überhaupt een optie om geen muzikant te worden? En hoe is het om een vader te hebben die liedjes over jou schreef (Rufus Is A Tit Man, A Father And A Son) en nu zelf een vader te zijn die liedjes over zijn kind schrijft? Hoe ziet hij zijn rol als ‘gay messiah’ nu hij het burgerlijke leven omarmd heeft? En dat hij Out Of The Game een ‘heel mannelijk album’ noemde in een interview met Stereogum, wat had dat precies te betekenen?

Helaas. De vijftien minuten zijn voorbij. Veertien, eigenlijk, maar ik laat het maar zo. Rufus hangt op.