EoDM Interview
// OOR Magazine \\

Als Jesse ‘The Devil’ Hughes al niet zelf de duivel is, dan is hij toch zeker diens eerstgeboren zoon. De Eagles of Death Metal-frontman laat er dan ook geen twijfel over bestaan aan wie hij zijn rock ‘n’ roll-carrière te danken heeft. Tegelijkertijd betoont hij zich een liefhebbende vader met zelfkennis en een verdomd scherpe tong. Van een zogenaamd ‘dubbelleven’ wil hij niets weten. ‘Ik zal mijn zoon nooit zeggen dat ik een fout leven leid. Ik weet precies wie ik ben.’

DE WIETLUCHT OP de gang van het hotel is een eerste duidelijke aanwijzing dat Jesse Hughes in het gebouw is. Een paniekerige persdame maakt een en ander nog aannemelijker, en zodra de deur openzwaait en Hughes me met grootse armgebaren welkom heet, is het een feit: rock ‘n’ roll’s in town. Aan de hoeveelheid drugs op tafel te zien, heeft Hughes het wel naar z’n zin in Amsterdam. Twee lijntjes coke en een zakje wiet liggen klaar om de lange interviewdag daar waar nodig een flinke oppepper te geven. En dat terwijl Hughes al niet stil kan zitten en maar door blijft ratelen over de magie van rock ‘n’ roll, z’n vriendschap met Queens Of The Stone Age-frontman Joshua Homme, moeder Hughes en Hughes jr., het noodlot, sexy-zijn, Los Angeles en natuurlijk Amsterdam.

HEB JE IETS speciaals met Amsterdam?

‘Zeker.’

Om wat hier op tafel ligt?

‘Nee, nee, nee, dit heb ik van thuis meegenomen. Gesmokkeld uit de Californische woestijn.’

Hoe heb je dat gedaan? In je laarzen?

‘Dat gaat je niks aan, vriend! Maar het is waar: zelfs ík kan drugs naar Amsterdam smokkelen. En het is de beste drugs ooit. Maar goed, ja, ik hou van Nederland. Een van de eerste mensen die ik in de rock ‘n’ roll ontmoette, is een Nederlander. Hij woont hier op de gracht en is een van de weinige échte vrienden die ik in de rock ‘n’ roll heb. Ik zoek hem zo nu en dan op en kom dus niet alleen voor de wiet naar Amsterdam, zoals de meeste Amerikanen. Dat vind ik fout, want het is prachtig hier. De wil van deze natie creëerde land, daar waar geen land was, door de fucking oceaan te laten leeglopen! Give me a fucking break, that’s pretty rad [rad is de West Coast-variant van cool, een afkorting van radical, een van Hughes’ favoriete stopwoordjes]! Daarom houd ik van Nederland. Bovendien hebben we hier Heart On afgemaakt. Ik heb zelfs twee maanden in Amsterdam gewoond, want we namen op in Haarlem. Die sessies hebben de productie naar een hoger plan getild en het hele aanzien van de plaat veranderd. Twee liedjes zijn volledig in Haarlem opgenomen: Pretty Prancin’ en Cheap Thrills.’

Wat heb je gedaan sinds de release van Heart On?

‘We zijn op tour geweest met The Hives en hebben daarna dertig dagen door de States getoerd. Ik heb twaalf uur met mijn zoon doorgebracht voordat ik op het vliegtuig naar Amsterdam stapte om met jou te praten. Hoe fucking rad is dat! Straks ga ik naar huis voor een korte tour, maar ik moet tijd vrijmaken voor m’n kind, want het is een belangrijke periode van het schooljaar. Hij is negen en dan heb je je vader het hardst nodig.’

Heb je het gevoel dat je een dubbelleven leidt?

‘Nee, daar heb ik mezelf altijd zeer nadrukkelijk voor behoed. Als ik een joint rook en mijn zoon komt de kamer binnen, dan is dat maar zo. Ík ben de fucking volwassene en ik ga niets voor hem achter houden. Ik zal hem nooit zeggen dat ik een fout leven leid. Ik ga zó [wijst op z’n kleding] naar ouderavonden. Daar geef ik echt geen moer om, ook ík ben een vader. Waarschijnlijk heb ik vlak van tevoren nog een joint gerookt, maar ook dat kan me geen moer schelen. Ik beoordeel mensen op hun daden. Als ik de Hustler koop, doe ik dat omdat ik de cover gezien heb en niet omdat ik denk dat ik Good Housekeeping koop.’

Je muzikale carrière startte nogal laat en plotseling. Hoe komt dat?

‘Ik heb hier in Nederland een nieuwe analogie bedacht: ik ben mijn hele leven een weerwolf geweest, maar had tot Love Peace Death Metal [het eerste EoDM-album uit 2004] nog nooit een volle maan gezien. Ik ben in wezen heel conservatief: ik wil m’n geld en m’n wapens en ben tegen gratis gezondheidszorg. Waarschijnlijk ben ik de enige persoon op aarde die zoiets niet gratis wil. En tóch ben ik een fucking rock ‘n’ roller. Ik heb níets gedaan om te komen waar ik nu ben. Het gebeurde gewoon. Ik begon gitaar te spelen en drie maanden later schreef ik een album. In een week. Twee weken later bracht Joshua Homme me in mijn moeders auto naar Hollywood en namen we het album op.’

Waarom toen pas? Ik bedoel, als Joshua Homme je beste vriend is…

‘Ja, maar ik vóetbalde met hem! Ik ging nooit naar Kyuss [Homme’s vorige band], want daar zou ik in elkaar geslagen worden. Toen ik goed bevriend raakte met Josh, ben ik eens met hem meegegaan naar een feestje. Ik werd meteen in het zwembad gekeild. Ik was letterlijk áltijd de klos. Als je mijn voorgeschiedenis kent, zou je weten hoe bizar het is dat ik doe wat ik nu doe. Het bewijst maar weer dat Onze Lieve Heer bestaat, en dat er zoiets als het noodlot is. Niets staat Zijn wil in de weg.’

IN EEN INTERVIEW heb je eens gezegd: ‘Rond die tijd [van Love Peace Death Metal] lag ik in een scheiding en wilde ik gewoon doen alsof ik sexy was’. Dat klinkt als een behoorlijke midlifecrisis.

‘Scheiden ís een crisis. Gelukkig ik heb een vorm van humor die me niet toestaat om zonder gevecht ten onder te gaan. Ik ben rancuneus en slim – ik raak je niet alleen, ik vreet je op. Dat is hoe ik ben. Het idee dat ik een liedje schreef over sexy-zijn voelde als een grote fuck you naar elke klootzak die mij ooit veroordeeld had. En daarom deed ik het ook. Het was een arrogante, schaamteloze ontsnapping aan mijn vreselijke leven. Ik geloof écht dat de duivel tot me gekomen is om me die songs te geven.’

En toch maak je betrekkelijk lieve rock ‘n’ roll. Als ik ‘Jesse Hughes, de muzikant’ zou moeten classificeren, zou je in het hokje ‘rock ‘n’ roll-chic’ terecht komen – je rockt hard, maar zonder serieuze schade te berokkenen. Kun je daarmee leven?

‘Mijn muziek is heavy, maar niet hard, dat klopt. Ik ga gecontroleerd te werk. Er is een verschil tussen controle willen hebben en de controle hebben. Mijn concept van controle vereist niet dat iemand het erkent. I don’t need you to pet me, to know that I’m a kitty-cat, and I centainly don’t need you to fucking tell me how to be a boy when you know I’m grown. Dat is mijn houding, ook op het podium. Wat daar gebeurt is voodoomagie, een wonderbaarlijke interactie tussen ons rockers, the dick-shakers with guitars, en het publiek. Als zij zich volledig aan de muziek overgeven, vult de ruimte zich vanzelf met pure energie. Iedereen wordt geboren met een drang naar het duivelse en een enkeling met een hart vol kwaadaardigheid. Zoals ik.’

En toch kwam dat er vrij laat uit.

‘Ik laat me nog steeds leiden door vrij conservatieve principes, hoor. Ik geloof in familie, ik geloof in eerlijkheid, ik was een goede student en een padvinder. Ik ben een van de weinige afgestudeerden in de scene, that’s fucking sure. Mijn gevoel voor trots en zelfvertrouwen is bovengemiddeld ontwikkeld, omdat ik een fantastische moeder heb die me goed heeft opgevoed. Ik weet precies wie ik ben. Ik was een lastig kind, maar mijn moeder stelde me in staat om heldere en bewuste keuzes te maken. Ik heb school nooit vervelend gevonden en ik vond de jongens die spijbelden niet stoer. Ik was gewoon een raar kind dat niet onder de indruk was van zulke dingen. Ook toen ik van South Carolina naar Palm Springs verhuisde en door mijn hilbilly-accent de pispaal van een groep cool kids werd, wilde ik niemand neerschieten of zo. Ik wilde hun aandacht niet, hoefde niet zo nodig populair te zijn of in een rockband te spelen. Ik zal mijn eerste dag in Californië nooit vergeten: 12 augustus 1979. Ik liep de straat in om wat nieuwe kinderen te ontmoeten en zonder ook maar iets te zeggen ramt Julian Ross een vuist in m’n maag en steelt Danny m’n fiets. Op m’n éérste dag in Californië!’

OVER CALIFORNIË GESPROKEN, Los Angeles vervult nogal een centrale rol op Heart On. Wat is jouw relatie met die stad?

‘Dit album is een belangrijk onderdeel van mijn volwassenwording. Ik ben eindelijk een member of the gang nu. Eagles of Death Metal is officieel géén zijproject meer. Het is een supergroep nu, dankzij Joshua en mij. De bewustwording van dat feit vond plaats in LA, tussen middennacht en zes uur ’s ochtends. Elke dag – zes maanden lang, startend in de Sportsmen’s Lodge [hotel] – ben ik op een magische trip geweest. Ik was er trots op om een LA-boy te zijn, omdat ik te allen tijde de mogelijkheid had om de stad achter me te laten, resulterend in trips van LA naar mijn huis in Palm Springs. Via Pasadena terug naar de woestijn om half vijf  ’s ochtends. Speed snuiven en keihard scheuren, weet je wel. I hellcatted it, I fucking tailburned it! Letterlijk kerel, ik reed over dezelfde wegen waar Jim Morrison gereden moet hebben toen hij Love Street schreef, waar Captain Beefheart met een slagersmes achterna werd gezeten door Frank Zappa en waar John Holmes zijn bebloede handen waste na de Wonderland-moorden [vier mensen werden vermoord bij een drugsgerelateerde moordpartij in 1981, pornoster Holmes gold lange tijd als hoofdverdachte]. In LA woonde ik in de suite waar de laatste scène van Deapthroat opgenomen is. Fuck yeah, het was een behoorlijk avontuur! En dán is LA niet langer alleen een plaats waar mensen wonen, dán komt de stad tot leven. Ik weet dat het zoetsappig klinkt, maar als de nacht valt in LA is het alsof de stad zegt: ‘Jesse, rustig maar’. Dat gevoel heb ik nog met geen enkele andere stad gehad. Ik kom uit Greenville, South Carolina, maar op m’n zevende, toen mijn ouders uit elkaar gingen, verhuisde ik naar Californië. Ik heb nooit de mogelijkheid gehad om me echt verbonden te voelen met een bepaalde plaats, om het gevoel te hebben dat ik ergens thuishoorde.’

In Now I’m A Fool zing je: ‘I put my guns down and then you went Hollywood on me’. Wat houdt dat precies in?

Now I’m A Fool gaat niet zozeer over iemand die mij pijn heeft gedaan. Het gaat over de pijn van het ouder worden en over de volwassen beslissingen die je soms móet maken. Soms moet je accepteren dat de liefde die je voor iemand voelt, niet beantwoord wordt. Ik was een dwaas, omdat ik door mijn verliefdheid het onmogelijke najoeg en zo een goede vriendschap in gevaar bracht. Een romantische relatie geeft geliefden de gelegenheid om elkaar pijn te doen en dan kun je twee dingen doen: of de typical asshole zijn die háár de schuld van alles geeft, of de vriendschap redden door afstand te nemen. Ik was verliefd op die vrouw, maar dat maakte helaas geen verschil. Samen zouden wij de liefde weer kapot maken. And I wasn’t gonna breath life into someting, just to kill it. Zoveel mensen doen dat! Ze wekken een relatie tot leven, om het in de zes maanden daarna weer om zeep te helpen.’

Is dat waarom je in de titeltrack een statement tegen verliefdheid maakt? Je zingt: ‘Falling in love is a foolish game / it’s fun to play, but it ends the same’.

‘Ja, want verliefd worden is een spel dat iedereen in Hollywood speelt. Niet verliefd blijven, maar verliefd worden. Het verliefd worden is een vermakelijk proces, heel Hollywood-achtig. De teksten, die naar mijn mening behoorlijk geraffineerd zijn, zijn kanttekeningen bij wat er in Hollywood gebeurt. Heart On is een Hollywood-album.’

Die treurigheid komt ook terug in How Can A Man With So Many Friend Be So Alone. Welke gebeurtenis heeft ervoor gezorgd dat je die tekst hebt geschreven?

‘Josh is zo’n beetje de enige reden waarom ik in Hollywood gebleven ben. Hij is mijn beste vriend, ik hou van hem en ik houd ervan om bij hem te zijn. We waren op een feestje in Laurel Canyon, ik was met Joey Castillo [Queens of the Stone Age-drummer] en Josh. Op een gegeven moment moesten zij terug naar de studio om Era Vulgaris te masteren en bleef ik alleen achter. Eagles of Death Metal is een hippe band, dus iedereen kwam naar me toe om te praten. Allemaal deden ze alsof ze me beste vriend waren en als ik iets van ze nodig had, moest ik maar bellen. Plotseling voelde het als een scène uit een film, waarin alles in slowmotion gaat. In plaats van mensen, zag ik slangen en haaien, en allemaal waren ze mijn vrienden. Ik heb me nog nooit zo eenzaam gevoeld als toen.’